Doorgaan naar hoofdinhoud

Meervoudig perspectief nemen

Hoe komt het dat goed bedoelde inspanningen rondom passend onderwijs toch vastlopen? Die vraag drijft Astrid Ottenheym-Vliegen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit en ontwikkelaar van de leergang WegWijsinGedrag. Haar vraag is geworteld in een lange loopbaan in de praktijk: ze was jarenlang leerkracht, werkte als schoolleider en vervulde vervolgens de rol van directeur-bestuurder van een samenwerkingsverband voor passend onderwijs. Vanuit die verschillende posities zag ze hoe interpretaties van gedrag vaak bepalend zijn voor het handelen en hoe complex dat in de dagelijkse praktijk is.  

In haar promotieonderzoek onderzoekt zij hoe leraren betekenis geven aan gedrag en hoe meervoudig perspectief nemen, als manier van betekenisgeven en professioneel begrijpen, hun professionele ruimte kan vergroten.  

Meervoudig perspectief nemen leer je bij WegWijs in Gedrag, een foto van vijf scholieren op een bankje

Van observeren naar begrijpen

In het onderwijs wordt gedrag vaak snel geïnterpreteerd: een leerling let niet op, reageert fel, of trekt zich terug. “Leraren willen dat het goed gaat met kinderen en voelen een grote verantwoordelijkheid,” vertelt Ottenheym. “In die spanning is het logisch dat we snel betekenis geven. Maar wat we zien, is niet altijd wat er ís. Gedrag is altijd ingebed in een situatie.”  

Die gedachte is de kern van haar onderzoek. Meervoudig perspectief nemen betekent dat de leraar actief het perspectief van de leerling, de situatie of de context inneemt om te begrijpen wat er gebeurt. Niet vanaf een afstand naar andere invalshoeken kijken, maar werkelijk proberen te zien hoe het vanuit die positie kan voelen of betekenis kan krijgen. Niet door aannames te doen, maar door te onderzoeken.  

Interpretatie is geen observatie

In een cross-sectionele studie analyseerde Ottenheym 80 ontwikkelingsperspectiefplannen. Daarin beschrijven leraren wat ze zien, hoe ze het begrijpen en welke doelen zij stellen. “Wat opviel,” zegt ze, “is dat leraren wel degelijk gevoelig zijn voor verschillende perspectieven, maar dat interpretaties vaak al meespelen voordat de observatie volledig is. Dat is menselijk, we interpreteren allemaal automatisch. Maar in complexe klassensituaties kan dat betekenen dat belangrijke informatie niet wordt gezien.”  

Een voorbeeld: een leerling lijkt ongeconcentreerd bij rekenen.  Dat kan duiden op motivatieproblemen, maar net zo goed op: onvoldoende auditieve verwerking omdat de instructie te zacht is, spanning thuis die doorwerkt in het klasgedrag of een mismatch tussen taak en niveau. “Zonder die mogelijkheden te verkennen, is het risico dat we een conclusie trekken die niet klopt,” legt Ottenheym uit.  

De rol van stress en professionele reflexen

Leraren voelen zich vaak niet toegerust voor het omgaan met moeilijk gedrag, dit kan spanning oproepen. Die spanning vernauwt het blikveld. “Dat is geen onwil,” zegt Ottenheym. “Dat is hoe ons brein werkt. Onder druk grijpen we sneller terug op bekende handelingspatronen, meestal op pedagogische controle. Maar dat helpt niet altijd.”   

Meervoudig perspectief nemen vraagt daarom niet alleen om een andere manier van kijken, maar ook om het herkennen van wat er bij jezelf gebeurt. “Het begint met wakefulness in hoe je betekenis geeft: beseffen dat je je eigen interpretatie meeneemt, dat je beïnvloed wordt door je eigen normen en waarden en ook door hoe je voor de klas staat.”  

Samen oefenen in een veilige setting

Binnen de leergang WegWijsinGedrag werken leraren zes bijeenkomsten lang aan het verbreden van hun interpretatiekaders. Aan de hand van praktijksituaties, oefeningen en systemische analyses leren zij onderscheid te maken tussen waarneming en interpretatie, eigen aannames te onderzoeken, situaties vanuit meerdere perspectieven te verkennen door meervoudig perspectief te nemen en daaruit nieuwe handelingsmogelijkheden te ontwikkelen. “Het is geen trucje,” benadrukt Ottenheym. “Het is een manier van professioneel aanwezig zijn. Leraren ontdekken dat er in dezelfde situatie vaak meer mogelijkheden zijn dan ze dachten.”  

Veel deelnemers benoemen dat zij na afloop anders naar complexe situaties kijken. Ze ervaren meer ruimte om gedrag te begrijpen, herkennen sneller hun eigen interpretaties en zien nieuwe handelingsmogelijkheden. Dat geeft rust in hun handelen en ondersteunt hen in het afstemmen op wat een leerling nodig heeft. Ook zagen we dat het gedrag van de leerling na de leergang als minder problematisch werd gezien en dat leraren zich beter toegerust voelden.” 

Onderzoek dat doorloopt

Het promotieonderzoek gaat de komende jaren verder in het voortgezet onderwijs. Ook wordt onderzocht hoe leerlingen zélf kijken naar situaties en hoe dit van invloed is op de relatie tussen leraar en leerling.  Waardevol zou zijn om te onderzoeken welke rol meervoudig perspectief nemen kan spelen in bredere pedagogische ecosystemen zoals jeugdhulp en pabo-opleidingen.  

Ottenheym: “Als ik zie wat ons onderzoek laat zien over hoe leraren betekenis geven aan gedrag, dan denk ik dat meervoudig perspectief nemen een onmisbare vaardigheid is voor iedereen die met kinderen werkt. Niet omdat het problemen oplost, maar omdat het recht doet aan de complexiteit van menselijk functioneren. Je ziet meer, je begrijpt meer en daardoor kun je anders handelen. Als je rijker kijkt, zie je meer mogelijkheden om kinderen echt mee te laten doen in het leren. Inclusie begint daar: in hoe je kijkt, hoe je begrijpt en hoe je handelt.” 

Artikel van de HAN, 8 december 2025